Deze grot, die zich slechts enkele meters onder het oppervlak ontwikkelt, werd waarschijnlijk gevormd tijdens de laatste ijstijden, toen de ondergrond van het plateau tot tientallen meters diep kon bevriezen. In de zomer kon de oppervlaktelaag ontdooien, waardoor stromingen en de vorming van oplossingsgalerijen enkele meters onder het oppervlak werden gestimuleerd.
Tussen 68 en 70 na Christus kwamen verschillende volkeren van Gallië en Germanië in opstand tegen de heerschappij van Rome. Ze werden geleid door verschillende leiders, waaronder een Lingon, Julius Sabinus, die beweerde de achterkleinzoon van Julius Caesar te zijn. Na een aantal politieke en militaire overwinningen van deze coalitie slaagden Romeinse legioenen uit Italië en Spanje erin om deze verzetsbeweging in 70 na Christus te onderwerpen.
Deze bladzijde in de geschiedenis van het Romeinse Rijk wordt tot in detail beschreven door de schrijver Tacitus en de Griekse filosoof Plutarch. Zij vertellen over het tragische einde van Sabinus die, na zich enkele jaren ondergronds te hebben verstopt, in 79 na Christus in Rome gevangen werd genomen en geëxecuteerd. Eponine, zijn Lingonese vrouw, werd samen met hem gemarteld.
De populaire traditie plaatst Sabinus' ondergrondse schuilplaats in deze grot. Er is echter geen historisch of archeologisch bewijs om dit te ondersteunen...
Panorama, bron van de Marne, geïnterpreteerde paden in de rotsen die naar de bron leiden.
Grotte de Sabinus